Hoe je jezelf belazert…

Er zijn veel dingen die je kunnen storen bij het schrijven, zowel van buitenaf als van binnenuit. Sommige van die externe gebeurtenissen kun je niet of slechts gedeeltelijk beïnvloeden, maar bij de interne gebeurtenissen heb je een keuze hoe je erop wilt reageren.In het boek ‘Writing your dissertation in fifteen minutes a day’ beschrijft  Joan Bolker drie manieren waarop we onszelf mentaal gezien belazeren. Die manieren kunnen in de weg staan van de voortgang van je proefschrift. De eerste is ambivalentie, de tweede is mentale ‘ruis’ en de derde is schrijfangst.

Ambivalantie
Er is een deel van jou dat echt wil dat je proefschrift afkomt, en er is een deel in je dat dat misschien niet wil. En dat laatste deel is over het algemeen nog ‘sneaky’ (‘Zou dit niet het perfecte moment zijn  mijn tanden/hernia/huis te laten opknappen?’, ‘Omdat ik meer vanuit huis werk, kan ik nu eindelijk een hondje nemen.’). Omdat het schrijven van je proefschrift vaak eenzaam werk is, zal het deel in jezelf dat graag gezelfschap wil en nodig heeft, steeds proberen om op een of andere manier gezelschap te krijgen, en dus met allerlei gedachtes op de proppen komen. Het is heel goed mogelijk om aan de ene kant heel graag je proefschrift te willen schrijven, en het aan de andere kant helemaal niet te willen. En als die krachten ongeveer even sterk zijn, kom je op een stilstaande wip te zitten waarbij je veel spanning, en geen beweging meer hebt.

Een oplossing voor die stilstaande wip is om het probleem te herkennen, en jezelf vanaf de grond weer een nieuw zetje te geven. Een andere oplossing is om iemand te vinden die je dat zetje kan geven. Dat zou kunnen betekenen dat je een collega, vriend of partner vraagt om je te motiveren, maar je kunt ook aan je begeleider vragen of hij veel deadlines wil stellen, of je kunt jezelf helpen door alle redenen op te schrijven waarom het zo fijn is om je promotie afgerond te hebben.

De  meeste mensen hebben ambivalente gevoelens over belangrijke gebeurtenissen in hun leven: trouwen, kinderen krijgen, verliefd zijn, of een proefschrift schrijven. Je kunt proberen om die ambivalente gevoelens te laten verdwijnen door net te doen alsof ze er niet zijn, of ze proberen weg te redeneren. Maar vaak werkt dat niet. Door die gevoelens aandacht te geven, helpen ze je vaak om weer in beweging te komen. Leer je eigen ambivalentie herkennen, lach erom en ga verder met je werk.

 

Ruis
Joan Bolkers noemt al die verschillende gedachten en gevoelens en alles wat door je hoofd schiet als je schrijft of probeert te schrijven ‘ruis’. Ruis is het mentale ‘gedoe’ dat weinig te maken lijkt te hebben met wat je aan het schrijven bent. Je denkt tegelijkertijd aan een abstract idee, het schiet je te binnen wat je vergeten was voordat je naar de bibliotheek ging en je merkt dat je honger hebt. Ook als je over iets aan het schrijven bent wat je ontzettend belangrijk vindt, zullen je gedachten regelmatig zijwegen inslaan.

Worstelende schrijvers klagen dat ze gemakkelijk afgeleid worden en realiseren zich dat die afleiding vaker van binnenuit dan van buitenaf komt. Deze schrijvers ervaren ruis als storend, rommelig, als een teken van beginnende aftakeling. Maar er is een interessant experiment wat je kunt doen om jezelf van het tegendeel te overtuigen. Probeer eens om de ruis op te schrijven in plaats van hem uit je hoofd te duwen. Als je dat een tijdje doet, zul je verbaasd zijn dat er een bepaald soort regelmaat in al die gedachten blijkt te zitten. Er blijken thema’s te zijn, die elke keer weer terugkeren.
Een van de bekende thema’s in ruis zijn de verplichtingen die je nog hebt, of ze nu echt of denkbeeldig  zijn: ‘Ik moet NU mijn tante bellen,’ of ‘Ik denk dat ik vanavond moet koken, m’n partner heeft al de hele week gekookt,’ of ‘ik moet m’n huis nu toch echt schoonmaken’. Sommige van deze gedachten zullen kloppen, omdat je door het werken aan je proefschrift nu eenmaal minder tijd aan andere dingen kunt besteden. Maar een ander deel van de ruis gaat over een veel lastiger onderdeel van schrijven. Schrijven is namelijk in een bepaalde manier egoïstisch, omdat je tijd claimt voor je eigen gedachten en woorden, tijd claimt om je gedachten serieus genoeg te nemen om er een groot deel van je tijd in te stoppen die je daarmee dus niet aan anderen kunt besteden.

De ruis kan dus veel oorzaken hebben: voor een deel komt hij simpelweg voort uit hoe ons brein werkt, hij kan gaan over het interne conflict van een schrijver zijn, hij kan een defensieve manoeuvre zijn die we gebruiken als we onzeker zijn over wat we bereiken of bang zijn dat wat we schrijven iemand anders kan kwetsen. In het slechtste geval houdt ruis ons helemaal van het schrijven.Er zijn twee manieren om met ruis om te gaan die allebei kunnen werken. De eerste manier is de ‘Buddhistische’ manier. Deze manier is gebaseerd op meditatietechnieken, en wordt ook wel ‘train-je-puppie-brein-om-niet-af-te-dwalen’ genoemd. Er zijn verschillende focustechnieken die je niet zozeer leren om de ruis weg te duwen, maar die je leren om weer terug te keren naar het onderwerp waar je mee bezig was. Deze technieken kun je in alle goede boeken over mindfullness of meditatie vinden.

De tweede strategie die je kunt kiezen klinkt misschien wat paradoxaal: je duikt juist midden in je ruis, in plaats van er van weg te gaan. Probeer eens een apart document te openen naast het document waarin je aan het werk bent en schrijf je ruis daarin op als hij voorbij komt. Of leg een blok neer naast je pc, en schrijf daar al je ruis op. Je ruis een klein beetje aandacht geven, kan precies genoeg zijn om er niet te lang bij stil te staan en om gewoon geconcentreerd te kunnen blijven op wat je aan het doen was.
Of: maak een lijst van alle dingen die je het liefst nu gelijk zou willen gaan doen (de badkamer schoonmaken, je bureau opruimen, rekeningen betalen, piano spelen…) en beloof jezelf dat je een of al deze dingen mag gaan doen, zodra je de afgesproken hoeveelheid pagina’s hebt geschreven voor die dag. Je zult je verbazen dat die dingen helemaal niet meer zo aantrekkelijk zijn om te gaan doen als je eenmaal klaar bent met schrijven voor die dag.

Schrijfangst
Er zijn maar weinig promovendi die geen angst hebben over hun promotie. En het schrijven aan je proefschrift is de ideale manier om angstig te worden, vanwege gezonde angst of om meer ongezonde, neurotische redenen. Het is een enorme klus, een proefschrift schrijven, ook  psychologisch. Er zijn veel redenen om als promovendus ontmoedigd te raken. Veel van die redenen zijn heel persoonlijk, dus ga ik daar hier verder niet op in.
Maar: als je schrijfangst hebt, weet dan dat het heel goed mogelijk is om toch te schrijven. Je hoeft niet eerst je schrijfangst kwijt te raken; je moet leren hoe je moet werken ondanks je angst. Want: schrijven is het beste medicijn voor iemand met schrijfangst.

Je kunt jezelf afvragen wat je nu precies zo bang maakt, dat opschrijven en er eens goed naar te kijken. Vervolgens kun je je voorstellen dat je bijvoorbeeld advies geeft aan een van je studenten of aan een van je collega-promovendi die je verteld heeft over zijn blokkades. Je kunt affirmaties gebruiken voor zelfvertrouwen, of jezelf een beloning geven elke keer als je een blokkade weet te slechten.
Schrijfangst hebben is soms een verdedigingsmechanisme, soms een prachtige manier om een omslag te maken van bezorgdheid en een symptoom dat je ervan weerhoudt om te schrijven naar de betekenis van wat je probeert te doen. Je angst hoeft je niet tegen te houden. Dus: blijf vooral aan het schrijven, doe het elke dag, al is het maar vijftien minuten (en het grootste deel van wat je opschrijft mag gerust nonsens zijn!). Veel schrijfplezier!

 

Wil je op de hoogte blijven van alle handige tips, trucs en tools? Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief van Louter Promoveren en ontvang bovendien 321 #promotietips en maak óók nog eens kans op een promotie-succes-sessie! Klik hier.    

Photo’s via Flickr, met dank aan flash.pro and tootao

Geef je reactie op Facebook

3 Comments

  • Steven Hagers

    Reply Reply 18/01/2012

    Ik kan me zo voorstellen dat als ik een document open naast mijn werk om daarin de ruis te noteren, ik dat al zo’n tijdrovende belasting vind, dat ik weer hard aan het werk ga.

    Ik vind de gesignaleerde schrijfproblemen inderdaad heel herkenbaar, maar ze zijn volgens mij universeel en gaan niet alleen op voor het schrijven van een proefschrift.

    En eerlijk gezegd zie ik het grote verschil tussen ambivalentie en ruis niet zo, maar dat doet er natuurlijk helemaal niet toe, want de problemen die eruit voortkomen zijn wel reëel.

  • Kirsten

    Reply Reply 18/01/2012

    Zeer interessante blogs elke keer! Altijd weer een herkenbaar probleem of onbekende mogelijke aanpak om een probleem op te lossen voor jezelf. Dit stuk gaat voor thuiswerken in het geheel op, merk ik op dit moment. Mijn thesis is inmiddels af, het is nog wachten op een datum, en ben nu volledig sollicitant. Dat is nog minder leuk dan over je writers blocks heenkomen en dus nog meer afleidende ruis!

    Ben benieuwd naar de volgende blog!

    • Arjenne Louter

      Reply Reply 26/01/2012

      Dag Kirsten,
      Dank voor je compliment! Wens je veel succes met solliciteren. Op LinkedIn zijn een aantal groepen te vinden die wellicht behulpzaam zijn, bijvoorbeeld Alternative PhD Careers, PhD Careers outside of Academia, Self Employed Academics. Deze groepen richten zich op banen buiten de universiteit. Uiteraard kun je op bijvoorbeeld Academic Transfer banen binnen de universitaire wereld vinden.
      groet,
      Arjenne

Leave A Response

*

* Denotes Required Field