promotie-blog

tips voor succesvol promoveren

12/04/2013
by Arjenne Louter
0 comments

Minder doen en meer bereiken!

Heb je het steeds drukker? Doe dan minder! Dat is het advies van Laura Stack, auteur van ‘What to do when there’s too much to do‘. Structureel overwerken – wat veel academici doen – als je het toch al druk hebt is het slechtste wat je kunt doen. Je wordt dan alleen maar minder productief, in plaats van productiever. Onlangs verscheen een artikel over haar boek in Psychologie magazine, de belangrijkste informatie over haar methode vind je hier.

what to do when there is too much to do

Om het werk te doen wat je gedaan wilt krijgen, heb je volgens Stack 4 stappen nodig:

 1. Bepaal wat echt belangrijk is.

  • draag taken die niet bij je taakomschrijving horen over
  • werk met twee to-do lijsten: op de ‘hoofdlijst’ komen taken die op lange termijn afmoeten, op de ‘daglijst’ komen taken die je die dag wilt doen, bijvoorbeeld deeltaken van de grote projecten op je hoofdlijst. Aan het eind van iedere werkdag verplaats je een aantal taken van de hoofdlijst naar de daglijst van de volgende dag
  • maan een ‘niet-meer-doen-lijst’, met daarop alles wat veel tijd kost, maar niet veel oplevert. Zoals het eindeloos herschrijven van je artikel of meer dan een paar keer per uur je mail en Facebook checken.

2. Reserveer tijd

  • leer jezelf dagelijkse routines aan, bijvoorbeeld tijden waarp je schrijft, overlegt, je mail checkt. Moeilijke taken ‘s ochtends, makkelijke taken ‘s middags in verband met je energie
  • stel jezelf tussentijdse deadlines, dat zorgt dat je niet eindeloos blijft uitstellen.
  • sla eens een overleg over, en als je wel overlegt, spreek dan een heldere eindtijd af

3. Zorg dat je niet continu wordt onderbroken

  • spreek met je collega’s momenten af waarop je niet met elkaar praat, bijvoorbeeld in de ochtend als je de meeste energie hebt.
  • bepaal zelf wanneer je wordt gestoord, multitasken is niet productief. Laat email, Facebook en je telefoon uit, lees de berichten alleen op bepaalde tijden en laat collega’s weten wanneer je wel of niet beschikbaar bent.
  • omzeil je valkuilen, en ga gewoon aan de slag, productiviteit is belangrijker dan perfectie, zaken verbeteren kan altijd nog.

4. Verwerk informatie efficiënt

  • schrijf goede ideeën gelijk op
  • zorg dat je de ‘losse eindjes’ informatie niet in je hoofd hebt, maar schrijf ze op
  • handel wat je gelijk af kunt handelen gelijk af, duurt het langer dan 3 minuten, zet het dan op je takenlijst. Een beproefde methode van de productiviteitsgoeroe David Allen van ‘Getting things done’.
  • blijf je systeem verbeteren, kijk hoe je taken waar je tegenop ziet makkelijker kunt maken of vraag hulp van iemand die het wél leuk vindt om te doen.

Laat je me weten of je er je voordeel mee kunt doen?

27/03/2013
by Arjenne Louter
0 comments

Voorjaarsschoonmaak in je hoofd

Heb jij dat ook wel eens? Zoveel aan je hoofd dat je door de bomen het bos niet meer ziet? Dat je het idee hebt dat je niet meer kunt focussen? Dan is het tijd voor een grote voorjaarsschoonmaak. Niet alleen fysiek, maar ook in je hoofd. Uit een onderzoek dat in 2008 gepubliceerd werd in de Journal of Personality and Social Psychology bleek dat als je teveel keuzes moet maken je minder kunt focussen, je slechter wordt in het afmaken van je werk en minder goed complexe mentale taken uit kunt voeren. Dagelijkse taken voor een promovendus!

Een kleine 400 mensen deed mee aan 7 experimenten waarin werd gevraagd om keuzes te maken of verschillende producten te beoordelen. Hoe meer keuzes deze mensen moesten maken en hoe meer tijd ze besteedden aan het beslissen, hoe slechter ze presteerden bij taken die ze daarna moesten doen. Zelf als de keuzes simpel waren, bleek dat van grote invloed op alles wat daarna kwam. Herkenbaar?
Dat is dus wat ze bedoelen met door de bomen het bos niet meer zien: door alle keuzes kun je simpelweg niet meer focussen.

De vraag is dus hoe je de bomen weer kunt zien. Dat is  simpeler dan je waarschijnlijk denkt. Er zijn een paar handige trucs voor.

Een eerste stap is om je af te vragen wat zou er mogelijk zijn als je helemaal gefocust zou zijn. En dan heb ik het niet alleen over je werk, maar ook over alle andere aspecten in je leven. Ziet je leven er dan anders uit? Wat zou er anders zijn? Kijk eens of je daar helderheid over kunt krijgen.

Neem daar eens rustig een paar minuten de tijd voor, en visualiseer dat je helemaal gefocust bent. Hoe ziet dat er uit? Hoe beweeg je? Waar ben je? Hoe zit je? Hoe ontspan je? Hoe gedraag je je? Hoe praat je? Wat doe je?
Waarschijnlijk helpt zo’n visualisatie al om een aantal zaken te identificeren die je anders wilt doen. Heel goed! Kies er 1 of 2, schrijf ze op een geeltje, en hang ze op een plek waar je ze kunt zien, zodat je jezelf kunt helpen herinneren aan die 1 of 2 veranderingen. Probeer niet te veel tegelijk te veranderen, dat maakt focussen alleen maar weer lastig.

En een andere belangrijke stap: doe een voorjaarsschoonmaak!
Hoe? Door als eerste een zogenaamde ‘masterlist’ te maken. Wat is zo’n masterlist? Het is een lijst waar je ALLES, maar dan ook ALLES op schrijft wat er gaande is. Als het in je hoofd zit, is het belangrijk. Dus, schiet je iets te binnen, schrijf het op. Doe een braindump over alles wat er gaande is. Alle losse eindjes, alle klussen die nog moeten, de afspraken die maar uitgesteld zijn, dat telefoontje wat nog moet, die stapel pappieren die moet worden uitgezocht…. Steek er flink wat tijd in, maak een lijst en zorg dat je die lijst in een week tijd afmaakt.

En pak als tweede een grote doos: stop door alle losse spullen in, alles wat gedaan moet worden, zodat het op een plek komt te liggen.  Loop simpelweg door je je huis of check je werkplek en verzamel alles. Op die manier ligt niet alles overal verspreid. Wat is daar het voordeel van? Alles wat overal ligt leidt je af, zorgt ervoor dat je niet gefocust kunt zijn.

Dat rondlopen kun je heel letterlijk doen, maar je kunt het ook mentaal doen, dan kom je weer bij je masterlist terecht: denk aan alles wat met je proefschrift te maken heeft, wat zijn de losse eindjes? Wat moet je niet vergeten, wat wil je nog doen?

Maar denk niet alleen aan je werk, denk ook aan andere aspecten van je leven: welke losse eindjes heb je als partner, als vriend, als ouder, als …?

Door het verzamelen van al die informatie op een lijst en in een doos, krijg je zicht op datgene wat eigenlijk continu aanwezig is, wat in de achtergrond continu je aandacht vraagt. Door het expliciet te maken, creëer je overzicht en kun je gaan besluiten wat je wilt doen met al die zaken. Het effect is dat je als het ware een bezem door je huis, werkplek en hoofd haalt.

En dan? Wat als je die lijst hebt? En wat als je die doos vol met spullen hebt? Zorg dat je zaken behapbaar maakt. Vraag je af wat al zolang op je lijstje staat dat je het beter maar kunt schrappen. Kijk of er zaken tussen zitten die je gelijk moet doen, of dat er zaken zijn die kunnen wachten. Ga kijken of je dingen kunt clusteren die bij elkaar horen, daar maak je als het ware een projectje van. Kijk vervolgens welke taken, welke acties bij dat projectje horen. Kijk dus of je een ordening aan kunt brengen.

En vervolgens? Heel simpel. Pak een keukenwekker en neem 2 keer per dag 10 minuten om een stukje van je lijst weg te werken of om een deel van je doos leeg te ruimen. Hou dat een tijdje vol – afhankelijk van de lengte van je lijst – en je hebt alle losse eindjes weggewerkt, en ervoor gezorgd dat je allerlei beslissingen genomen hebt die alsmaar in je hoofd bleven zitten. Losse eindjes weg, hoofd leeg, focus weer aanwezig. Weer bomen en weer bos.

 

Foto van bomen: eigen foto;  foto van schoonmaak via Flickr, met dank aan Ryan Harvey

08/03/2013
by Arjenne Louter
0 comments

5 manieren om weer plezier in schrijven te krijgen

Veel promovendi hebben – of krijgen in de loop van de tijd – een hekel aan schrijven. Hoe kan dat toch, hoe kan het dat je geen plezier meer in schrijven hebt of dat plezier bent kwijtgeraakt? Terwijl schrijven een van de belangrijkste onderdelen van je hele promotie is. Zonder schrijven geen publicaties, maar ook geen call for papers en dus geen deelname aan congressen en symposia, zonder schrijven geen aanvragen voor geld om je onderzoek te financieren, zonder schrijven…. simpelweg geen promotie.

Dat je het plezier verliest in schrijven verliest, is eigenlijk is het heel verklaarbaar. Er zijn 5 belangrijke factoren voor, en die zijn te verdelen in externe en interne factoren.

dissertatie

Externe factoren

factor 1 HET COMMENTAAR VAN JE BEGELEIDER
Externe factoren zijn de zaken die ‘van buiten’ op je afkomen. Een belangrijke externe factor is het commentaar dat je krijgt op je tekst. De kans is heel groot dat je vooral negatief commentaar krijgt op je tekst, je krijgt vooral te horen wat er niet goed is. En dat negatieve commentaar krijg je bijvoorbeeld van je begeleider. Ik hoor van veel promovendi dat tekstbesprekingen met hun begeleider niet heel prettig zijn. Ze krijgen hun tekst bijvoorbeeld helemaal vol met commentaar terug. Van het soort commentaar dat ongeveer klinkt als ‘dit lijkt wel kabbalah, je onderbouwt niet goed , dit is nonsens’ tot zeer gedetailleerd commentaar op zins- en woordniveau. En vaak worden er dan verbeteringen gegeven, waarvan het onduidelijk is waarom het een verbetering is.
Óf je krijgt een aantal losse opmerkingen als ‘hier moet je nog verder aan werken’,’dit is niet onderbouwd’, ’ik mis hier nog wat substantie’ en wordt daarmee weer weggestuurd.
Het lastige is: vaak krijg je geen commentaar op de vraag waarom  iets niet goed is, wordt er geen uitleg gegeven wat je zou moeten doen om je tekst te verbeteren – behalve dan het overnemen van datgene wat je begeleider heeft opgeschreven. En als je dan pech hebt, neem je inderdaad keurig het commentaar over en krijg je een volgende keer te horen dat het nog steeds niet goed is, of krijg je commentaar op datgene wat je letterlijk hebt overgenomen.
Heel frustrerend. En het zorgt dat je plezier in schrijven verdwijnt.

Tip
Een hele praktische tip hiervoor: denk goed na over wat jij nodig hebt bij een tekstbespreking met je begeleider. Probeer vantevoren aan te geven wat voor soort commentaar je graag zou willen hebben. Geef aan wat de status van je stuk is voordat je het aan je begeleider geeft. Zeg bijvoorbeeld dat je graag wilt weten of de rode lijn in je verhaal helder is, en hoe je die zou kunnen verbeteren. Of start het gesprek met aan te geven – of vantevoren alvast op papier te zetten en dat bij je stuk in te leveren – met datgene waarvan je zelf ook vindt dat het nog verbeterd moet worden. Dat kan een hoop ergernis en onnodig commentaar schelen. En kan voorkomen dat je commentaar krijgt op iets waarvan je zelf ook wist dat het anders zou kunnen en helemaal niets te horen krijgt over datgene wat voor jou op dit moment belangrijk is.
Het is dus belangrijk om bij dat soort besprekingen zelf het heft in handen te nemen. Een agenda maken, aangeven wat je graag wilt of nodig hebt is helemaal niet gek om te doen. Of liever gezegd: het is hoogst noodzakelijk dat je dat doet, wil je de bespreking vruchtbaar maken voor jou en voor je begeleider. De meeste begeleiders zullen dat soort initiatief alleen maar van harte toejuichen. Meer tips daarover vind je hier.

Factor 2 HET COMMENTAAR VAN REVIEWERS
En dan is er het commentaar van de reviewers. Wat je daar te horen krijgt is vaak niet mals. Ik ken verhalen van mensen die na maanden wachten op het commentaar heel hard aan de slag gaan met de input, ploeteren met bloed zweet en tranen, opnieuw hun artikel submitten, en dan toch een afwijzing krijgen. Of die enorm leuren met hun artikelen en het uiteindelijk na een jaar en veel revisies gepubliceerd krijgen. Geen wonder dat je dan de lol in schrijven verliest.
En het lastige van tijdschriften en reviewers is: het is een soort tombola. Je kent het misschien wel, zo’n verloting waarbij je altijd iets wint, maar nooit precies vantevoren weet wat. Het kan van alles en nog wat zijn, van iets prachtigs tot iets wat je het liefst gelijk weer in de prullenbak zou gooien. En zo is het bij een review ook: je weet niet precies wat er uit zal gaan komen, iets prachtigs of iets wat zo weer de prullenbak in kan. Zoals een intussen gepromoveerde promovendus ooit eens tegen me zei: ‘Alle reviewers zijn stom, totdat het tegendeel bewezen is.’

Tip
Je zult er mee moeten leren leven. Proberen het allemaal niet te serieus te nemen – en dat is lastig, omdat je natuurlijk wel je artikelen gepubliceerd moet krijgen. Het helpt als je het wat meer als een spelletje zou kunnen zien, inderdaad als zo’n tombola. Het zegt niks over jou persoonlijk, zo’n review. Liever gezegd, het heeft helemaal niets met jou te maken!

Factor 3 EISEN AAN DE TEKST
Een derde externe factor die maakt dat je het plezier in schrijven verliest, heeft te maken met de tekstsoort. Vaak moet je een compleet nieuw soort tekst schrijven, en nieuwe dingen doen kost altijd veel tijd. Je moet bijvoorbeeld voor het eerst een call for papers schrijven. Hoe doe je dat? Of het tijdschrift waar je in wilt publiceren heeft weer hele andere eisen dan wat je tot nu toe gewend was. Soms is ook niet goed helder wat nu precies de eisen aan de tekst zijn – soms wordt dat pas duidelijk nadat je het commentaar hebt gekregen. Helpt dat voor het plezier in schrijven? Zeker niet.

Tip
Wat kan daarvoor wél helpen? Heel goed uitzoeken wat de eisen aan de tekst zijn, vragen aan collega-promovendi hoe zij zaken aangepakt hebben, niet vergeten om vantevoren op te vragen hoe een tijdschrift een tekst aangeleverd wil krijgen, of voorbeelden van een call for papers opvragen bij het congres waar je naartoe wilt.

Tot zover een aantal externe factoren die maken dat je het plezier in schrijven verliest, maar ik kan je vertellen dat de grootste factor INTERN is, de grootste factor ben je zelf! Dat klinkt misschien gek, maar ik zal het uitleggen.

Interne factoren

factor 4 DRUK DIE JE JEZELF OPLEGT

De meeste promovendi leggen zichzelf enorme druk op over het schrijven. Het moet allemaal in een keer goed zijn, iedereeen moet je tekst geweldig vinden, je tekst moet beter zijn dan die van je collega’s… Dat soort gedachtes en ideeën gaat je niet helpen, als ik het heel voorzichtig zeg. Ik kan beter zeggen: dat soort gedachten en ideeën werken je enorm tegen.

Tip
Heb je je wel eens gerealiseerd dat je ook gewoon nog dingen te leren hebt? Dat niet alles in een keer goed kan gaan? Je zou voor de lol eens aan je begeleider moeten vragen hoe het schrijven van zijn of haar n allereerste artikel ging. Dikke kans dat je begeleider soortgelijke ervaringen heeft gehad als die jij nu hebt!  En dat is dan dezelfde begeleider die nu moeiteloos het ene na het andere artikel gepubliceerd lijkt te krijgen. Ik kan je verzekeren: dat is niet vanaf dag 1 zo gegaan. Voor de meeste schrijvers geldt dat je er gewoon veel tijd in moet stoppen, in het schrijven. En dat je door de jaren bijleert. Schrijven is een kwestie van vaak doen.

factor 5, JE INTERNE CRITICUS
Misschien wel de allergrootste boosdoener die je de lol in het schrijven doet verliezen: je interne criticus! Je interne criticus? Ja! Dat stemmetje in je hoofd dat tijdens het schrijven zegt: deze zin klopt niet, kan ik wel op deze manier beginnen, ik heb hier nog geen referentie bij, wat zal m’n begeleider hier van zeggen, dit loopt niet lekker, kan ik dit eigenlijk wel zo zeggen, wat wil ik hier eigenlijk over zeggen, ik heb geen zin meer, laat ik even met m’n kamergenoot gaan praten, wat een slechte teksten schrijf ik toch, enzovoort, enzovoort…
Ik denk dat je het wel herkent, omdat iedereen zo’n stemmetje heeft.

Tip 
Onlangs gaf ik een workshop over schrijven, en daar startte ik met een oefening over free writing. Free writing is schrijven zonder te stoppen, eigenlijk schrijven zonder na te denken of het nou wel klopt, je probeert sneller te schrijven dan je gedachten gaan. Stop nergens voor. Je schrijft dus door zonder je te haasten. Stop nooit om dingen terug te lezen of om iets door te strepen, vraag je niet af hoe de spelling van een woord moet zijn of welk woord of welke gedachte je precies moet gebruiken en ga niet nadenken over wat je aan het doen bent. Als je niet weet hoe je iets moet spellen, probeer het gewoon, of schrijf op, ik weet niet hoe ik dit moet spellen. Het is het allergemakkelijkst als je gewoon opschrijft wat je denkt. En als je vastloopt schrijf je gewoon op ‘ik weet niet wat ik op moet schrijven, ik vind dit raar, ik heb er geen zin meer in, enzovoort’. Het enige wat je niet moet doen is stoppen moet schrijven. In een eerdere blog schreef ik daar al eens uitgebreider over.

Ik heb de groep laten free writen, en ze vervolgens gevraagd hoe dat dat was. En iedereen reageerde met: leuk, fijn om op deze manier te schrijven, ik had er wel plezier in, ik heb veel meer geschreven dan ik normaalgesproken in deze hoeveelheid tijd schrijf.

'schrijflijm'

En dat is eigenlijk ALTIJD de reactie die ik krijg.
Wat meer weer eens aantoont dat je jezelf het meeste in de weg zit. Een grap die wel gemaakt wordt is dat het nuttigste hulpmiddel voor een schrijver LIJM is. Je doet er wat van op je stoel, en gaat er op zitten.

Waarom je jezelf zo in de weg zit, heeft vaak te maken met wat je geleerd hebt over schrijven. Je werd geacht een onderwerp te kiezen, onderzoek te doen naar dat onderwerp, erover na te denken, dan een opzet te maken, dan je opzet verder uit te werken, stap voor stap, in de volgorde zoals die in je opzet zat, je moest zorgen voor goede kopjes en goede alineaindeling, je tekst moest eindigen met een samenvatting. Dan moest je je tekst een dag laten voor watie was, er nog eens goed naar kijken wat betreft grammatica, lay out, overgangen, wat verbeteringen aanbrengen, en dat was dat.

En dat is precies hoe het niet werkt als je voor je promotie aan het schrijven bent. Deze manier van werken zorgt voor oninteressante teksten, die niet goed doordacht zijn. Deze manier van schrijven zorgt niet voor teksten je nog eens en nog eens wilt lezen, zorgt niet voor teksten die maken dat je meer over het onderwerp wilt weten, voor teksten die maken dat je allerlei vragen krijgt, dat lezers geïnteresseerd raken. Nee, dit worden saaie teksten die je het liefst zo snel mogelijk wilt laten voor wat ze zijn, je krijgt een voorspelbare tekst, zonder eigen stijl.

Je zult jezelf dus een andere manier van werken en andere gedachtes over het schrijfproces aan moeten leren. Op mijn blog kun je daar meer over lezen. William G. Perry, Jr. een bekende psycholoog onderwijskundige, en professor op de Harvard Graduate School for Edcuation formuleerde het schrijfproces als volgt: ‘First you make a mess, then you clean it up.’ En dat is eigenlijk precies wat schrijven is.

Wat denk jij dat schrijven is? Ik lees graag je reactie.

 

foto's via Flickr, met dank aan Fabio Bruna en Iylamerle.

06/03/2013
by Arjenne Louter
0 comments

Hoe hou je overzicht over je tekst?

Voor heel veel promovendi is het lastig om overzicht te houden over alle teksten die ze schrijven voor hun proefschrift of artikel. Je hebt veel verschillende versies, becommentarieerde versies, tussenversies, kladversies, documenten met alleen losse opmerkingen, samenvattingen van artikelen, documenten met referenties… Kortom: voldoende om alleen daarvan al in de stress te raken. En dat is natuurlijk niet de bedoeling.

Gelukkig is er een oplossing, een soort supertekstverwerkingsprogramma dat die problemen oplost. Het is een programma dat ik al een tijdje aanbeveel aan deelnemers van de proefschriftschrijfdriedaagse. Het heet Scrivener.

Niet zo lang geleden kreeg ik van twee ouddeelnemers aan de driedaagse twee enthousiaste berichten. Eentje via Facebook, en ik kreeg onderstaande tweet:

Heb weer overzicht over teksten proefschrift door Scrivener. Handige tool voor lange teksten! ‪@ltrprmvrn dank voor tip.

Reden genoeg om ook hier de informatie over Scrivener te geven, en hoop ik dat je er straks net zo enthousiast over bent. Het is – volgens mij – een prachtig programma voor weinig (zo’n $45,-).

Wat is Scrivener?

Kort gezegd: Scrivener is een ontzettend handig tekstverwerkingsprogramma. Het geeft heel veel extra mogelijkheden ten opzicht van bijvoorbeeld Word.

Het is er in een Windows versie: Buy Scrivener for Windows (Education Licence)

En in een versie voor de Mac: Buy Scrivener 2 for Mac OS X (Regular Licence)

Beide versies bieden dezelfde mogelijkheden. En dat zijn er een heleboel. De gemakkelijkste manier is om je simpelweg een filmpje te laten zien met de mogelijkheden. Je zult er wel eventjes voor moeten gaan zitten, want dit filmpje duurt 35 minuten. Maar ik kan je verzekeren dat het de moeite waard is. Wil je een korter fimpje, dan volstaat het om simpelweg Scrivener in te toetsen op YouTube, en er komt een heleboel tevoorschijn.

(of klik hier voor het filmpje)
En wat ook nog goed is om te weten, Scrivener is ook prima te combineren met bijvoorbeeld Endnote. En dankzij YouTube is daar ook een filmpje over:

(of klik hier voor het filmpje)

Ze hebben een handige aanbieding: je kunt Scrivener 30 dagen gratis uitproberen. En daarmee bedoelen ze daadwerkelijk 30 dagen. Dus als je Scrivener 1 dag gebruikt en dan een maand niet, heb je nog steeds 29 dagen te gaan.

Goh. Het lijkt wel een reclamepraatje ;-)

22/11/2012
by Arjenne Louter
0 comments

Wel of niet bloggen, dat is de vraag

Wel of niet bloggen, dat is de vraag. Althans, de vraag die centraal staat tijdens de workshop die ik op de ProVU PhD Day ga geven. Steeds meer wetenschappers doen het, steeds meer promovendi doen het.

Soms in de vorm van een videoblog:
- door uitleg van moeilijke dingen, soms in een minuut zoas de Engelse Open Universiteit doet, of gewoon in het Nederlands, zoals Wim Daniels doet.

Soms in de vorm van een tekstblog:
-  zoals Eva Lantsoght doet of Dr.27, of zoals iemand een beschrijving geeft van  ’my exciting PhD journey!’ . Of neem The Next Scientist van Julio Peironcely.

Zelfs de Engelse krant the Guardian had 2 jaar geleden al een lijstje met de ‘hotste’ science blogs.

Waarom zou je bloggen? Het antwoord op de vraag is denk ik relatief simpel: omdat het leuk kan zijn en omdat het je verder kan helpen. Niet meer en niet minder. Is bloggen noodzaak? Neuh… dat zou ik niet willen zeggen, maar bloggen kan je veel brengen:

  • Bloggen dwingt je om na te denken over je onderwerp, omdat je moet bedenken wat je wilt schrijven of filmen. En hoe meer je nadenkt over je onderwerp, hoe meer helderheid en duidelijkheid er komt. Leuk voor op je blog, maar nog veel handiger tijdens je onderzoek. Of bijvoorbeeld tijdens de gesprekken met je begeleider.
  • Bloggen geeft je inspiratie, simpelweg omdat je op een andere manier over je onderzoek nadenkt.
  • Schrijven leer je door te doen, door te oefenen. Als je blogt, dwing je jezelf om (min of meer) regelmatig te schrijven. Altijd goed dus.
  • Schrijven helpt je om je gedachten op een rijtje te zetten, altijd goed, vooral voor je onderzoek.
  • Bloggen helpt je om jezelf en je onderzoek met andere ogen te bekijken: wat is er interessant, wat is er leuk, wat is er vermeldenswaardig? Dat kan je een heel ander perspectief geven op je onderzoek. Dat geeft verrijking en relativering. Wie wil dat niet?
  • Bloggen vergroot je zichtbaarheid op het internet.
  • De lezers/kijkers van je blog kunnen je feedback geven op datgene wat je schrijft. Elke reactie kan potentieel leerzaam zijn.
  • De lezers/kijkers van je blog kunnen geïnteresseerd raken in jou en je onderzoek. Altijd goed. Voor contacten, voor uitnodigingen, voor netwerken.

Is bloggen moeilijk? Nee, als je enthousiast bent over je onderzoek en er graag over vertelt absoluut niet. De techniek is niet ingewikkeld. Je claimt een domeinnaam en gebruikt bijvoorbeeld de veelgebruikte gratis software van WordPress. Simpele software die gemakkelijk te bedienen is.
En bloggen heeft een groot voordeel voor mensen die het wil leuk vinden om over hun onderzoek te vertellen maar niet van presenteren houden of wat verlegen zijn: niemand die je ziet. Je kunt simpelweg veilig vanachter je bureau aan de slag, geen enkel probleem.

Wil je eens uitproberen of bloggen wat voor je is? Begin dan eens met een brainstorm over mogelijke onderwerpen. Laat je inspireren door de blogs die ik hier genoemd heb, zoek eens op het internet. Of maak een mindmap.

Spreek vervolgens met jezelf af dat je – bijvoorbeeld eens per week – een blog schrijft over een van de onderwerpen die je bedacht hebt. Gewoon, op je computer, nog zonder het te publiceren. Let op de volgende kenmerken:

  • een goede blogpost is zo kort mogelijk
  • een goede blogpost stelt 1 onderwerp centraal
  • een goede blogpost is persoonlijk
  • een goede blogpost heeft een pakkende kop en tussenkopjes

Denk je na een paar weken bijvoorbeeld, “Hé, dit is eigenlijk wel erg leuk, het geeft me nieuwe inspiratie”, trek dan de stoute schoenen aan en ga jezelf publiceren op het internet. Krijg graag de link naar je blog!



24/10/2012
by Arjenne Louter
2 Comments

Zó krijg je een goed gesprek met je begeleider

Veel promovendi klagen over de bijeenkomsten met hun begeleider: ze krijgen niet de feedback die ze nodig hebben, ze worden overstelpt met tips waar ze niets mee kunnen, het onderzoek wordt elke keer weer een andere kant op gestuurd, afspraken worden afgezegd, elke keer worden er weer nieuwe artikelen toegevoegd aan de leeslijst, je hebt het idee dat je als een klein kind behandeld wordt…
Je kunt deze lijst ongetwijfeld zelf met veel meer voorbeelden aanvullen.

Wat kun je nu doen om te zorgen dat de gesprekken met je begeleider zo goed mogelijk verlopen? Een rijtje met tips:

  • Hoe sta je zelf in het gesprek? Voel je je een gelijkwaardige gesprekspartner? Waarom wel of niet? En hoe is dat van invloed op het gesprek?
  • Hoe is je voorbereiding op het gesprek? Heb je helder wat je wilt weten? Weet je welke feedback je wilt krijgen? En in welke vorm?
  • Is voor de begeleider helder wat je wilt? Heb je haar/hem helder gemaakt welke vragen je hebt?
  • Heeft de begeleider voldoende tijd om zich voor te bereiden op het gesprek met jou? Welke input heb je aangeleverd? Op welke manier? Heb je daar duidelijke aanwijzingen bij gedaan?
  • Als je bijeenkomst over tekst gaat: heb je aangegeven wat de status van je tekst is? Eerste versie, versie die bijna klaar is of iets er tussenin? Heb je zelf al aangegeven wat er nog te verbeteren is aan de tekst? Heb je helder gemaatk waar je precies commentaar op wilt?
  • Heb je een agenda gemaakt voor de bijeenkomst? Is je begeleider daarvan op de hoogte?
  • Heb je bedacht wat je gaat zeggen als je begeleider weer een van zijn/haar stokpaardjes gaat berijden?
  • Heb je bedacht wat je kunt zeggen om het gesprek in de richting te sturen die jij graag wilt?

Een goede voorbereiding is het halve werk, hoe beter jij je voorbereidt, hoe beter je weet hoe je het gsprek kunt en wilt sturen, hoe meer kans dat je datgene aan de orde kunt stellen wat voor jou belangrijk is en dat je met die input de deur uitloopt die voor jou belangrijk is!

Hoor graag hoe  je gesprekken zijn gegaan!

foto via Flickr, met dank aan Jozoana

09/10/2012
by Arjenne Louter
0 comments

Dé belangrijkste tip om efficiënt te schrijven

Vaak wordt me gevraag wat nou dé belangrijkste tip is om efficiënt te schrijven. Daar valt natuurlijk een heleboel over te zeggen, en je kunt op heel veel manieren efficiënter worden, maar het allerbelangrijkste wat je moet doen: de verschillende schrijffases scheiden. Wat bedoel ik daarmee?

Veel promovendi gaan bij het schrijven gewoon maar aan de slag. Achter de computer zitten, wat typen, weer eens teruglezen, literatuur erbij pakken, wat knippen en plakken, een zin herformuleren, nieuwe titel bedenken, wat aan de conclusie doen, merken dat je je theoretisch kader nog niet voldoende had uitgewerkt en dat dat weer consequenties heeft voor operationalisering, merken dat je resulaten nog niet helder geordend zijn en daarom misschien weer terug moeten naar je theoretisch kader…

Nou is de beschrijving hierboven misschien wat overdreven, maar het is wel wat ik heel veel zie gebeuren. De meeste promovendi doen een beetje van alles wat. Zijn – om er maar een beeldspraak te gebruiken – aan het jongleren met veel te veel ballen tegelijk; ze zijn bezig met

  • zinnen bijschaven
  • werken aan de structuur
  • argumentatie helder krijgen
  • literatuurverwijzingen checken
  • nadenken over de inhoud
  • zich afvragen of ze al compleet zijn
  • kopjes aan het herschrijven
  • alinea’s aan het ombouwen
  • zich afvragen of de stukken tekst goed op elkaar aansluiten
  • aan het bedenken wat hun begeleider zal zeggen over dit stuk tekst
  • stukken tekst heen en weer aan het schuiven
  • de volgorde in de tekst veranderen
  • spelling controleren
  • tabellen en figuren uitwerken
  • resultaten analyseren
  • nieuwe literatuur zoeken
  • lay out bijwerken

En ik kan dit rijtje nog wel wat langer maken. Jij waarschijnlijk ook…

Je kunt je voorstellen dat het niet handig is om met zo veel dingen tegelijkertijd bezig te zijn, je hoofd gaat ervan omlopen, je kunt simpelweg niet aan alles tegelijk denken. Het is een beetje als jongleren met heel erg veel ballen tegelijkertijd, voor de meeste mensen is dat absoluut onmogelijk. Jongleren met een paar ballen, dat is te doen, maar zodra het er meer dan een paar worden…

 

Wat je dus zult moeten doen om efficiënter en effectiever te schrijven, is om het schrijfproces in verschillende fases op te delen. En die fases zijn eigenlijk heel simpel. Ze heten voorbereidendoorschrijven en corrigeren.

Wat is wat? Onder voorbereiden wordt verstaan het nadenken over je structuur, literatuur zoeken, nadneken over je publiek, weten wat het doel is dat je met je tekst wilt bereiken, kijken hoe het zit met deadlines, plannen. Voorbereiden is dus alles wat je nodig hebt om daadwerkelijk te kunnen gaan schrijven. Als het goed is heb je aan het eind van de voorbereiding een ontwerp voor je tekst. En hoe preciezer je dat ontwerp hebt uitgewerkt, hoe makkelijker het is om je tekst daadwerkelijk te schrijven. Je doet jezelf dus een groot plezier door niet alleen een ontwerp met steekwoorden te maken, maar door bijvoorbeeld een uitgebreide inhoudsopgave, een bouwplan (zie een boek als Leren Communiceren van Steehouder en Jansen voor die systematiek) of een piramide (een methode die je tijdens de proefschriftschrijfdriedaagse leert).

In de volgende fase, het schrijven,  gaat het er niet om dat je perfecte zinnen op papier zet, nee, het is de bedoeling dat je als het ware het ontwerp van je tekst gaat ‘invullen’, het is de bedoeling dat je gaat zorgen dat de inhoud op papier komt. Je gaat doorschrijven, schrijven zonder dat je je druk maakt om precieze spelling, zinsopbouw en dergelijke. Dat is namelijk iets wat je bewaart voor de laatste fase, de fase van het corrigeren. Tijdens het schrijven doe je niks anders dan zo snel mogelijk tekst produceren, gebaseerd op je ontwerp.

Bij het corrigeren ga je je tekst op verschillende niveaus bekijken: je kijkt naar de hele structuur (is het ontwerp zoals ik dat had bedacht ook daadwerkelijk in m’n tekst terug te vinden?), naar alineaniveau (zijn m’n alinea’s ook daadwerkelijk alinea’s?), naar zinsniveau, naar spelling en naar lay-out.

Als je het werk op die manier opsplitst, en dus gaat werken aan de hand van verschillende schrijffases, maak je van het schrijven  overzichtelijke porties; dan kun je jongleren met een beperkte hoeveelheid ballen in plaats van te proberen alle ballen tegelijk in de lucht te houden.

Ik garandeer je: op deze manier werken maakt je heel erg veel efficiënter!

foto via Flickr, met dank aan Helico

25/09/2012
by Arjenne Louter
0 comments

Het zijn de kleine dingen die het doen…

Vandaag schoot het liedje ‘De kleine dingen (die het doen)’ door mijn gedachten. Waarom dat gebeurde weet ik ook niet precies, maar de tekst van het  refrein (het zijn de kleine dingen die het doen, die het doen…), inspireerde me tot dit stukje.

Voor degenen die het nummer niet kennen – het nummer is uit 1971 – dit is waar ik het over heb:


Waarom zijn kleine dingen zo belangrijk? Omdat heel veel kleine dingen een groot verschil kunnen maken. Over wat voor kleine dingen heb ik het dan?

Een lijst met kleine dingen die gezamenlijk een groot verschil kunnen maken:

  • Hoe laat je  je bureau achter als je klaar bent met werken? In hoeverre is dat uitnodigend voor als je weer wilt starten?
  • Hoe start je je dag? Helpt je dat om prettig te beginnen? (lees bijvoorbeeld de blog van Eva Lantsoght over ‘morning routines’)
  • Hoe sluit je een gesprek af?
  • Hoe praat je tegen jezelf als iets goed gaat?
  • En hoe als iets slecht gaat?
  • Slaap je voldoende?
  • Eet je goed?
  • Hoeveel ontspanning krijg je?
  • Hoe start je een gesprek?
  • Hoe bereid je je voor op een taak?
  • Beloon je jezelf wel eens?
  • Hoe aardig ben je voor jezelf?
  • En voor anderen?
  • Krijg je voldoende beweging?
  • Rust je genoeg uit?
  • Maak je het werken voor jezelf zo gemakkelijk mogelijk?
  • Deel je je tijd goed in?
  • Heb je genoeg plezier?
  • Geef je wel eens complimenten?
  • Hoe eindig je met iets waar je mee bezig bent? Maakt dat het makkelijk om er weer mee verder te gaan?

En dat is nog maar een klein lijstje van kleine dingen. Misschien is het een idee om je eigen lijst te maken met kleine dingen die samen een groot verschil maken. Want ‘t de kleine dingen die het doen, die het doen… ;-)

Wil je reageren? Graag!

08/08/2012
by Arjenne Louter
0 comments

Hoe word ik effectiever?

De indeling van je dag is van grote invloed op je productiviteit en effectiviteit. Daarmee vertel ik denk ik niets nieuws. Interessante vraag is natuurlijk wel hoe je je dag op zo’n manier kunt indelen dat je zo effectief mogelijk werkt en niet al te veel stress krijgt. Zeker na je vakantie voel je vaak hoe snel je weer in een bepaald ritme komt waar je eigenlijk niet in wilt zitten, en waardoor je dat ontspannen vakantiegevoel kwijt raakt. Alsof je eigenlijk nooit op vakantie bent geweest en weer toe bent aan je volgende vakantie.

Een belangrijk hulpmiddel: ken je eigen ritme!
Wat bedoel ik daarmee? Zorg dat je weet hoe je jezelf op verschillende momenten van de dag voelt. Ben je iemand die stralend uit z’n bed stapt, of heb je 5 koppen koffie nodig om jezelf een beetje mens te voelen? Hoe zit het met jouw after-lunch dip? Wanneer ben je het creatiefst? Wat is een goed moment om je te concentreren? Wanneer kun je het beste overleggen? Veel mensen weten van zichzelf niet goed (genoeg) hoe dat dat zit.

Een simpele manier om daar helderheid in te krijgen, is om een week of 2 je dag bij te houden. Geef elk dagdeel (ochtend, middag, avond, nacht) een cijfer, en als je dat een week of 2 hebt gedaan, kijk dan eens of je een patroon kunt ontdekken. Is het misschien zo dat je in het midden van de week hogere cijfers hebt dan op andere dagen? Scoren je ochtenden beter dan je middagen? Hangen je scores samen met de plek waar je bent? Of misschien met de mensen die je ontmoet? Hebben je scores te maken met het soort werk waar je mee bezig bent?

Kijk wat je voor jezelf kunt ontdekken, hoe specifieker hoe beter!

Vier soorten werk op vier momenten van de dag
Als promovendus heb je te maken met verschillende soorten werk. Vaak kun je die grofweg opdelen in 4 soorten: problemen oplossen, je creativiteit gebruiken, dingen uitzoeken en doen en tot slot: plannen. Wat kun je het beste wanneer doen? Ook je dag kun je in vier momenten opdelen. Een indeling die voor heel veel mensen goed werkt is de volgende.

Problemen oplossen: van 8 tot 10 uur (of iets later als je later opstaat)
Taken waar je je hoofd bij nodig hebt, kun je het best doen op het moment dat je start, je bent dan nog fris. Lezen zou je ook onder dit soort werk kunnen vatten: ook daar heb je je hoofd bij nodig om te zien waar je datgene wat je leest voor kunt gebruiken.

Je creativiteit gebruiken: van 10 tot 12
Na een paar uur bezig zijn, zijn je hersenen goed opgewarmd. Dat is een goed moment om te kijken of je met iets nieuws aan de gang kunt, je gedachten helder kunt krijgen. Free writing kan je daar enorm bij ondersteunen.

Dingen uitzoeken en doen: na de lunch
De tijd na de lunch is een hele goede tijd om bijvoorbeeld bezig te gaan met data-analyse, als het tenminste de soort analyses zijn waar je niet al te diep bij na hoeft te denken. Anders is het meer ‘probleem-oplos-werk’. Zorg dat je anders werk doet waar je het ‘druk’ mee hebt (dus waar je niet van in slaap valt): emails beantwoorden, je papierwerk organiseren, telefoontjes beantwoorden, dat soort zaken. Doe de ‘doe-dingen’, datgene waar je gewoon lekker mee aan de slag kunt.

15.00 uur
Drie uur is een prachtig moment om te overleggen: even wat anders dan, fris genoeg om er je hoofd nog goed genoeg bij te hebben.

Plannen
Gebruik het laatste uur van je werkdag om je activiteiten voor de volgende dag te plannen. Zorg dat je vooral helder hebt wat je in de ‘probleem-oplos-tijd’ wilt doen en in de ‘creatieve tijd’. Het is over het algemeen geen enkel probleem om je middag gevuld te krijgen met alles wat nog op je ligt te wachten.

De belangrijkste reden om te plannen, is om te zorgen dat je de volgende dag een vliegende start kunt maken.

Hoor graag of deze dagindeling je effectiever maakt! Laat je het weten?

Foto via Flickr, met dank aan Alan Cleaver

10/07/2012
by Arjenne Louter
0 comments

Wat je begeleider nodig heeft

Een ander perspectief op je tekst, kan het schrijven gemakkelijker maken. Als je weet waar je lezers – lees in dit geval je begeleiders – op letten, weet je wat je in je tekst moet zetten. Logisch én effectief, toch?
Hoe kijken begeleiders naar je tekst?
Je begeleider heeft het druk. Per definitie. Hoe duidelijker jij dus bent over de status van je tekst, het doel van je tekst en datgene waar je feedback op wilt hebben, hoe gemakkelijker je het je begeleider maakt. En hoe groter de kans is dat je feedback krijgt die je graag wilt hebben. Dubbele winst dus.
Teksten lezen kost een hoop tijd, dus een begeleider hoopt er het beste van: ‘Misschien helpt deze tekst me om up to date te blijven‘, of ‘Deze tekst zou me kunnen inspireren‘ of ‘Misschien leer ik er iets van‘. Voor je begeleider zou het prettig zijn als deze hoop ook uitkomt…

Teksten lezen is een klus, moet vaak tussendoor gebeuren, of in de trein, of kort vantevoren en dus in haast. Hou daar rekening mee. Zo goed en zo kwaad als het kan.

Wat gebeurt er als een begeleider je tekst leest?
De eerste vraag die elke begeleider zich stelt is: Waar gaat deze tekst over? Ze proberen daar in zo kort mogelijke tijd achter te komen, door de samenvatting te lezen, eventueel de bibliografie, de conclusie en de inhoudsopgave. Dat is vaak voldoende om een goed beeld te krijgen. Wat doet je begeleider dan? Zich afvragen welke vragen bij hem opkomen, de tekst doorlezen en kijken of die vragen ook beantwoord worden. Is dat niet het geval? Dan heb je als schrijver een probleem.

Correcties
Veel begeleiders hebben het idee dat ze hun werk niet goed doen als ze geen verbeteringen aanbrengen. Op welk vlak worden de meeste verbeteringen aangebrachtt?

  • typografische en grammaticale correcties
  • slechte presentatie
  • argumentatie die niet helder is
  • referenties die ontbreken
  • overbodige tekst
  • ontbrekende stukken tekst
  • complete onderdelen die missen, zoals
    • onderzoeksvragen
    • kritische review van de literatuur
    • onderzoeksmethode
    • presentatie van de resultaten
    • discussie en conclusie

Waar kijken begeleiders naar?
Als je weet waar je begeleiders op letten, kun je zorgen dat ze datgene vinden waar ze naar zoeken. Onderstaande lijst – uit het boek ‘Effectieve teaching in higher eduaction’ van Brown en Atkins – kan je daarbij helpen.

Review of literature

  • To what extent is the review relevant to the research study?
  • Has the candiddate slipped into ‘here is all I know about X?’
  • Is there evidence of critical appraisal of other work, or is the review just descriptive?
  • How well has the candidate mastered the technical or theoretical literature?
  • Does the candidate make the links between the review and his or her methodology explicit?
  • Is there a summary of the essential features of other work as it relates to this study?

Methodology

  • What precautions were taken against likely sources of bias?
  • What are the limitations in the methodology? Is the candidate aware of them?
  • Is the methodology for data collection appropriate?
  • In the circumstances, has the best methodology been chosen?
  • Has the candidate given an adequate justification to the methodology?

Presentation of the results

  • Have the hypothesis in fact been tested?
  • Do the solutions obtained relate to the questions posed?
  • Is the level and form of analysis appropriate for the data?
  • Could the presentation of the results been made clearere?
  • Are patterns and trends in the results accurately identified and summarized?
  • Does the software appear to work satisfactorily?

Discussion and conclusions

  • Is the candidate aware of possible limits to confidence/reliability/validity of the work?
  • Have the main points to emerge from the results been picked up for the discussion?
  • Are there links made to the literature?
  • Is there evidence of attempts at theory building or reconcetualisation of problems?
  • Are there speculations? Are they well grounded in the results?

Met dit alles in gedachten, kijk je hopelijk met een andere blik naar je teksten. En kun je dus op een andere manier schrijven. Effectief én logisch, toch? Ik hoor graag je reactie.

 

Foto via Flickr, met dank aan pergyosi.